Zaamslag, dat kon niet, dacht ik
Vrijdag 15 december 2006 - ZAAMSLAG Dat het 29 jaar moest duren... Het is die opmerking die Rinus Zegers verleidt tot een glimlach. Sterker nog, zegt hij, tot enkele weken geleden wilde ik Zaamslag niet eens trainen. Je hebt er gevoetbald, je woont er, je leeft er, je gaat er naar de bakker. Dat doe je dus niet. Vijf minuten wandelen en je staat op het voetbalveld. Tot het telefoontje van voorzitter Jan Dees, niet eens twee weken geleden. Dat veranderde alles.
De inmiddels 56-jarige had er best nog een seizoen Veere aan willen plakken. „Selectie en bestuur wilden ook graag verder met me. Als ze wat vroeger geweest waren, tja... Maar het wordt steeds gekker. Een aantal clubs onderhandelt nu al in november of eerder. Dat was vroeger heel anders.“
‘We willen eens met je praten Rinus.’ Zo meldde Jan Dees zich telefonisch in huize Zegers. „Dat gesprek gaf een prima, warm gevoel. Zeg maar dat de voorzitter van Zaamslag me enthousiast heeft gemaakt. Want ik liep met het gevoel dat ik de ploeg, waar ik ooit zelf speelde, niet kon trainen. Te dicht bij huis. Onzin natuurlijk. Want van al de jongens met wie ik destijds speelde, schopt geen mens meer tegen een bal. Een aantal bestuursleden ken ik niet eens. Nou ja, de voorzitter wel. Met hem heb ik nog samen gespeeld. Maar verder is Zaamslag, qua samenstelling, bijna net zo vreemd als elke andere vereniging.“
Maar toch... Voorzitter Jan Dees sprak enkele dagen geleden al de gedachte uit dat Rinus Zegers de overeenkomst met Zaamslag wellicht zou ervaren als ‘een vorm van weer thuiskomen’. „En eigenlijk is dat wel zo. Je staat er niet bij stil, tot het zover is. Eerlijk, nog maar twee weken geleden zou de gedachte aan Zaamslag niet eens bij me zijn opgekomen.“
Stikblij
In huize Zegers wordt de terugkeer ‘naar huis’ in elk geval met vreugde begroet. „Mijn vrouw is er stikblij mee. Het gaat me in reistijd best een hoop schelen. Vijf minuten heen, vijf minuten terug. Da’s toch heel wat anders dan drie kwartier heen en drie kwartier terug. Niet dat het me tegenstond; ik was het gewend, maar het is wel lekker om nu dicht bij huis te kunnen blijven.“
Soms de leeftijd? Opnieuw een glimlach. „Ik heb ooit gezegd dat vijftig wel een mooie leeftijd was om te stoppen. Maar als je op de drempel staat en je voelt jezelf prima, waarom zou je er dan mee ophouden? Wat is vijftig? Natuurlijk, die jonge spelers zullen me zo langzamerhand wel een ouwe zak gaan vinden, maar ik blijf jong bij het trainen van jeugd.“
Toch, veronderstelt Rinus Zegers, zou de klus in Zaamslag best wel eens zijn laatste kunnen zijn als trainer. „Je moet ook niet overdrijven. Ik ben nu 56. Pak er nog eens twee seizoenen bij. Maar ik voel me lichamelijk nog uitstekend en dat hou ik voorlopig aan als criterium. Ik durf er eigenlijk niets over te zeggen.“
Zaamslag staat er niet al te rooskleurig voor. „Zo’n ploeg of acht komt in aanmerking voor bezetting van de onderste drie plaatsen. Het is niet te hopen, maar ik zou trainer van een derdeklasser kunnen worden. Of dat een verschil maakt? Nee, mocht het zo zijn, dan ga ik op dat niveau aan de slag en proberen we zo snel mogelijk terug te keren. Maar uiteraard is de optie tweedeklasser blijven en volgend seizoen uitgroeien tot een goede middenmoter.“
Meer? „Natuurlijk zit in elke trainer iets van de drang om hogerop te komen. Iedere trainer streeft doelen na. En uiteraard zou ik met Zaamslag best eens in de eerste klasse willen spelen. Maar iedereen heeft gezien wat er vorig seizoen met Arnemuiden gebeurde. En wat is Danny van de Velde nu overkomen bij Terneuzense Boys? Dat stelt zo’n promotie wat maanden later in een heel ander daglicht. Als Zaamslag volgend seizoen probleemloos mee kan draaien in de tweede klasse en niet in degradatiezorgen komt, dan denk ik dat ze over een mooi seizoen kunnen spreken.“
‘We willen eens met je praten Rinus.’ Zo meldde Jan Dees zich telefonisch in huize Zegers. „Dat gesprek gaf een prima, warm gevoel. Zeg maar dat de voorzitter van Zaamslag me enthousiast heeft gemaakt. Want ik liep met het gevoel dat ik de ploeg, waar ik ooit zelf speelde, niet kon trainen. Te dicht bij huis. Onzin natuurlijk. Want van al de jongens met wie ik destijds speelde, schopt geen mens meer tegen een bal. Een aantal bestuursleden ken ik niet eens. Nou ja, de voorzitter wel. Met hem heb ik nog samen gespeeld. Maar verder is Zaamslag, qua samenstelling, bijna net zo vreemd als elke andere vereniging.“
Maar toch... Voorzitter Jan Dees sprak enkele dagen geleden al de gedachte uit dat Rinus Zegers de overeenkomst met Zaamslag wellicht zou ervaren als ‘een vorm van weer thuiskomen’. „En eigenlijk is dat wel zo. Je staat er niet bij stil, tot het zover is. Eerlijk, nog maar twee weken geleden zou de gedachte aan Zaamslag niet eens bij me zijn opgekomen.“
Stikblij
In huize Zegers wordt de terugkeer ‘naar huis’ in elk geval met vreugde begroet. „Mijn vrouw is er stikblij mee. Het gaat me in reistijd best een hoop schelen. Vijf minuten heen, vijf minuten terug. Da’s toch heel wat anders dan drie kwartier heen en drie kwartier terug. Niet dat het me tegenstond; ik was het gewend, maar het is wel lekker om nu dicht bij huis te kunnen blijven.“
Soms de leeftijd? Opnieuw een glimlach. „Ik heb ooit gezegd dat vijftig wel een mooie leeftijd was om te stoppen. Maar als je op de drempel staat en je voelt jezelf prima, waarom zou je er dan mee ophouden? Wat is vijftig? Natuurlijk, die jonge spelers zullen me zo langzamerhand wel een ouwe zak gaan vinden, maar ik blijf jong bij het trainen van jeugd.“
Toch, veronderstelt Rinus Zegers, zou de klus in Zaamslag best wel eens zijn laatste kunnen zijn als trainer. „Je moet ook niet overdrijven. Ik ben nu 56. Pak er nog eens twee seizoenen bij. Maar ik voel me lichamelijk nog uitstekend en dat hou ik voorlopig aan als criterium. Ik durf er eigenlijk niets over te zeggen.“
Zaamslag staat er niet al te rooskleurig voor. „Zo’n ploeg of acht komt in aanmerking voor bezetting van de onderste drie plaatsen. Het is niet te hopen, maar ik zou trainer van een derdeklasser kunnen worden. Of dat een verschil maakt? Nee, mocht het zo zijn, dan ga ik op dat niveau aan de slag en proberen we zo snel mogelijk terug te keren. Maar uiteraard is de optie tweedeklasser blijven en volgend seizoen uitgroeien tot een goede middenmoter.“
Meer? „Natuurlijk zit in elke trainer iets van de drang om hogerop te komen. Iedere trainer streeft doelen na. En uiteraard zou ik met Zaamslag best eens in de eerste klasse willen spelen. Maar iedereen heeft gezien wat er vorig seizoen met Arnemuiden gebeurde. En wat is Danny van de Velde nu overkomen bij Terneuzense Boys? Dat stelt zo’n promotie wat maanden later in een heel ander daglicht. Als Zaamslag volgend seizoen probleemloos mee kan draaien in de tweede klasse en niet in degradatiezorgen komt, dan denk ik dat ze over een mooi seizoen kunnen spreken.“
Bron: BN De Stem