Dit is het archief van VV Zaamslag (2006–2026) · voor het huidige nieuws: zaamslag.voetbalassist.nl
Nieuws, foto’s en pagina’s van de oude clubwebsites

← Nieuws 2011

Interview Kenny Verhoene (slot)

30 augustus 2011
Interview Kenny Verhoene (slot)

deel 4 (door Niek)

Bij een interview hoort natuurlijk een kort carrière overzicht. Als je een beetje carrière hebt gemaakt, of als je een beetje persoonlijkheid bent,…. dan is er veel te vinden op het bekende internet.

 

De persoon in kwestie hoef je er dan niet mee lastig te vallen. En….., in dit geval…., sparen we daar dan weer mooi een uur gebabbel mee uit.

 

Via http://nl.wikipedia.org/wiki/Kenny_Verhoene  krijg je een mooi overzicht van de door Kenny als (prof)voetballer gespeelde wedstrijden en de daarbij door hem gemaakte doelpunten. Wie een beetje verder zoekt ontdekt dat de op 15 april 1973 geboren Verhoene vanaf z’n 8ste heeft gevoetbald bij Ertvelde.

 

Op 18 jarige leeftijd (seizoen 1993/94) verhuisde hij naar SK Lovendegem waar hij zo sterk speelde dat AA Gent aan z’n hesje kwam trekken. Er waren er die zich afvroegen wat hij daar te zoeken had, maar Kenny geloofde in zichzelf. De overgang werd een feit. Hij speelde er drie seizoenen in totaal 67 wedstrijden en scoorde er 2 keer.

 

Het seizoen 1997/98 speelde Kenny voor Sint Truiden. Hij werd daar binnengehaald door de vooral bij onze oudere generatie bekende Barry Hulshoff. Een trainer, waaraan hij (zo blijkt uit dit interview) met veel plezier terug denkt. Toen het Sint Truiden bestuur Hulshof buiten kieperde had dat ook consequenties voor de loopbaan van Verhoene. De nieuwe trainer bleek z’n humor niet zo te waarderen.

 

Gelukkig toonde  KRC Harelbeke belangstelling. Kenny verbleef er drie seizoenen (1998/99 tot en met 2000/01).  Die twee eerste seizoenen op Harelbeke kwam hij 51 keer in actie en scoorde hij 8 keer. Het derde seizoen verliep wat minder voorspoedig. Kenny vertoonde slechts 3 wedstrijden z’n kunstjes en raakte geen enkele keer het net. Dit was het gevolg van een operatie die hij aan het begin van het seizoen onderging. Ondertussen wisten andere spelers de trainer te overtuigen op de positie van Kenny. Hij had het nakijken. Uitkijken naar een nieuwe werkgever had niet zoveel zin omdat de Belgische transfermarkt al gesloten was. Gelukkig was dat in Groot-Brittannië nog niet het geval en kon hij verhuizen naar Crystal Palace.

 

Het seizoen 2001/02 begon Kenny aan een nieuw avontuur in Israel (hij speelde er voor

Hapoël Beer Sheva).  Dat werd na 2 maanden afgebroken als gevolg van de ontstane politieke situatie door de aanslagen op 11 september 2001.

 

Eigenlijk zocht Kenny daarna aansluiting bij VV Terneuzen, maar kreeg er door z’n profstatus de overschrijving niet rond. Dan maar terug het Belgische circuit in. Het werden semi-prof contracten bij achtereenvolgend KV Kortrijk (2002/03), Red Star Waasland (2003/04) en KSV Oudenaarde (2004/05 en 2005/06). Als semi-prof speelde hij in totaal 71 wedstrijden en kwam hij 12 keer tot scoren.

 

Bijna nog had Kenny in de lucratieve Champions League gespeeld. Dat was toen in 1999 het Oostenrijkse Sturm Graz bij hem op de stoep stond. Helaas werd men het, met zijn toenmalige werkgever (Harelbeke), niet eens over de vraagprijs. Logisch dat Kenny destijds met gemengde gevoelens voor de buis zat tijdens de wedstrijd van de Oostenrijkers tegen Manchester  United. Gelijkertijd was hij realist genoeg om te beseffen dat hij zich gelukkig mocht prijzen als profvoetballer bij Harelbeke. Zijn commentaar destijds: “Vroeger werkte ik nog in diensten van 6 uur ‘s morgens tot 6 uur ‘s avonds. Nu wordt ik betaald om op mijn vrije dag in het bos te gaan uitlopen. Kan ik dan klagen?”

 

Wie Kenny opzoekt in de “Football Database.EU” ontdekt achter zijn naam het woordje “RETIRED”. Wij weten wel beter. Hij mag dan wel niet meer als voetballer actief te bewonderen zijn. In de voetballerij is Kenny nog altijd behoorlijk actief.

 

Hij begon z’n trainerscarrière op Assenede.

 

Kenny: “Assenede was voor mij ideaal omdat het op 500 meter van mijn woning ligt.

Ik doe (- lachend -) weinig op de fiets, maar daar kon ik in principe op de fiets naar de training. Ik was er ook niet automatisch van overtuigd dat ik, omdat ik op hoog niveau gevoetbald heb, dan ook maar gelijk een goede trainer zou zijn. Dat was dus voor mij een ideale manier om eens te kijken;  Lukt dat of lukt dat niet.  Je moet de mensen kunnen sturen zoals je wilt. Dat is wel het belangrijkste. En dat had ik wel. Het heeft evengoed maar een jaar geduurd, dat ik daar was.”

 

Waar ging het fout in Assenede?

“Dat is ondertussen genoegzaam bekend.  Ik houd  als trainer een bepaalde lijn aan waarvan ik denk…. op die manier kun je resultaat halen. Je had er uiteindelijk een deel die mee wilde en een deel die niet mee wilde. Het deel dat niet mee wilde werd gestuurd door een deel van het bestuur en dan……. Dan heb je een probleem. Daarom is het sowieso hier op Zaamslag een verademing voor mij. Hier heeft ieder een eigen taak. Ik weet perfect wat ik kan en wat ik mag doen. In België is het meestal zo dat er verschillende mensen zijn met overlappende taken. Dat loopt dan allemaal door elkaar.”

 

Tussendoor volgt er een leuke vergelijkende analyse tussen de Nederlanders en onze zuiderburen.

 

“In Nederland, en niet alleen in het voetbal…., in Nederland heb ik de indruk …..Wel je hebt mensen die bepaalde ideeën hebben over iets, maar ze zijn zich bewust van het feit dat er ook mensen zijn die er meer verstand van hebben. Neem bijvoorbeeld mijn zwager, dat is ook een Nederlander. Het simpelste werkje waar hij niets van afweet zegt hij heel  gemakkelijk tegen een ander, doe het maar. Wij Vlamingen zeggen dat ook, maar voegen er gelijk aan toe.  “ Zou je het niet zus of zo kunnen doen”.  Dat is een verschil. Hier weten ze er wel iets van, maar niet alles, dus doe maar, want ze gaan er vanuit dat jij er meer vanaf weet.

 

In Assenede was er natuurlijk ook een deel dat zei van …”doe maar”….. , maar er was een ander deel dat enorm aan het remmen was. En dan heb je een probleem als trainer.  Dat wist ik, maar tegelijkertijd was het een enorme ervaring, dat de groep op zich wel mee wilde. Achteraf heb ik daar ook wel m´n gelijk gekregen. Toen ik ontslagen werd stonden we op een gedeelde 5de plaats (doel was de top 3) en op het einde van het seizoen eindigde Assenede als 13de!”

 

Kenny mag in Nederland en in België alles trainen behalve de profs. Heeft hij ook ambities in die richting?

 

“Ik heb dat als voetballer ook altijd gehad. Ik had de ambitie om altijd zo hoog mogelijk te spelen. Dat was wel niet altijd m´n doel, maar op een gegeven moment merk je dat de dat kunt bewerkstelligen. Maar nooit echt met de fixatie van ik moet en ik zal. Dat evengoed sowieso niet. Daarom zeg ik nu ook. Ik doe mijn ding en we zullen wel zien wat er komt. Zolang ik me er goed bij voel. En dat was ook een van de redenen om…..ik herinner me de reactie van Jan Dees nog, die viel bijna van z´n stoel, toen we zo snel rond waren, …. om te blijven. Ik ben tevreden. Ik merk ook dat de ploeg goed volgt en dat is voor mij het allerbelangrijkste. Het is misschien wat cru gezegd op dat vlak, maar mij maakt het niet uit wat de supporter in principe denkt of wat een bestuurslid denkt.  Als ik merk dat mijn ploeg,  de spelers, mee willen met mij. Als de spelers hun taken uitvoeren en uiteindelijk zeggen dat ze merken dat het loopt. Dat is voor mij toch het aller belangrijkste.

 

Daar werk je trouwens elke dag mee. Ik herinner mij ..- ik weet niet goed tegen welke ploeg het was vorig jaar -…dat ik Peter naar de kant haalde omdat hij voor mij niet voldeed omdat hij bepaalde taken mee kreeg die hij niet uitvoerde. Maar goed, dan was er de reactie van verschillende supporters,… en die stonden dan achter hun spits.

 

Maar sindsdien is hij wel beginnen draaien. Maar tja, het zijn dan momenten die supporters alleen maar zaterdags zien. Ze weten niet wat er in de week gebeurd of wat er op enigerlei andere wijze buiten om het veld met een speler aan de hand is. Dat weten niet veel mensen. En dat was toen het geval. Achteraf is alles op z´n plaats gevallen. Ook als blijkt dat het niet altijd direct met voetbal te maken heeft ben ik de eerste om een speler daarin te volgen. Maar je moet het wel weten. Zo heb je ook wel spelers die het niet melden dat ze met blessures kampen. Ik reken hen wel af op wat er in het veld gebeurd.”

 

Iets wat je niet weet, daar kan je geen rekening mee houden.

 

“Nee natuurlijk niet, maar zelfs ook dan kan er achteraf natuurlijk wel duidelijkheid komen zodat je de kwaliteiten van een speler weer in de juiste context gaat zien. Dus daarom maakt het voor mij in principe niet uit wat een supporter zegt of denkt, want die hebben niet het zicht op wat er in een selectie gebeurd, gedurende al die dagen dat je samenwerkt. Zolang ik merk dat de groep met me mee wilt, maakt het me niet uit wat er rondom verteld wordt.”

 

Nog zo iets als een favoriete trainer?

 

“Wat mezelf betreft is dat wel Barry Hulshoff. Ik heb verschillende trainers gehad en je leert natuurlijk van al die trainers wel iets zowel in positieve als in negatieve zin. Dat is ook wel wat ik tegen mijn spelers zeg. Het maakt niet uit of je nu discussie met voert of niet. Dat kan je en dat moet je dan ook doen. Graag zelfs, want als ik iets pas achteraf hoor, dan maak ik me kwaad. Als ik in discussie met iemand ben en die argumenteert en ik geef een tegenargument, dan zeg ik ook dikwijls dat ik het voetbal niet heb uitgevonden. Maar als je er niet over in discussie gaat, als speler dan, en je hebt een probleem met een of andere werkwijze of zienswijze, of weet ik veel en je zegt er niets van, dan moet je wel bedenken dat de trainer altijd de baas is. Natuurlijk doe je iets … en als het  goed uitpakt, dan zal de trainer wel mee gaan. Ja, ja, goed gedaan.

Maar evengoed als je dan een trainer bent die communicatief niet sterk genoeg is, dan moet je het onderspit delven.

 

Als een trainer tegen een speler zegt; “ Mijn deur staat altijd open”. Wel speler… vergeet het maar. Je gaat daar binnen en als je daarna weer buiten komt, dan ben je verloren. Ik zeg dat nooit tegen mijn spelers. Als ze zin hebben om te praten, dan praten we.”

 

Is dat niet een beetje het zelfde?

 

“Dat is misschien wel hetzelfde, maar anders geargumenteerd. Ik bedoel meer dat je discussie kunt voeren zonder dat er achteraf iets blijft hangen.  En dat is het punt. Dat is met veel mensen uiteindelijk niet het geval. Met Hulshoff  was dat wel zo en ik merk ook aan mijn spelers,  dat ze er goed mee om kunnen gaan. Afhankelijk van hun leeftijd kunnen ze natuurlijk nog veel fouten maken. Dat kan, maar die zijn er om van te leren. Een jonge speler die bijvoorbeeld pas terug komt van vakantie en denkt voor een oefenwedstrijd eerst nog een biertje te kunnen drinken, mag die fout maken. Een jonge speler die een beetje ziekjes eerder van een training weg gaat en dezelfde avond in Axel loopt te feesten, mag die fout maken. Er zijn immers altijd mensen die dat zien. Ik schiet zo´n jongen daar gelijk niet over af, maar hij moet natuurlijk wel weten dat dat niet kan. Natuurlijk spreek ik hem daar dan over aan. Mijn oudere spelers vragen zich wel eens af hoe ik dat dan allemaal weet. Het is allemaal niet zo moeilijk. Je verrader slaapt nooit, maar ik ben zelf ook voetballer geweest en ik weet wat er rondom een voetbalploeg gebeurd.  Het kan om heel simpele dingen gaan. Als iemand een vest laat slingeren en daar staat een boete op, dan is er altijd wel iemand die triomfantelijk met dat vest de kantine in komt.  Je hebt in elke groep er altijd die de grens opzoeken. Dat is ook mooi. Dat is het leuke. Dat is het sportieve. En als ze over de grens gaan,moet je het als trainer, streng maar rechtvaardig recht zetten.”

 

Je gaat ook de A´s trainen?

 

“Enerzijds omdat ik weet dat ze daarmee in de problemen zitten, maar anderzijds ook wel omdat ik daar best wel enthousiast voor ben. Dingen waarmee ik bij het eerste bezig ben kan ik al een beetje introduceren.  Denk daarbij niet aan spelsystemen maar wel al aan de wijze waarop ze bijvoorbeeld een bal inspelen. Waarom juist zo en waarom absoluut niet zo. Vanuit die jeugd moet het natuurlijk op termijn toch komen. En ik kan natuurlijk al eens kijken wat er rond loopt. Welke posities we bijvoorbeeld op termijn zelf kunnen gaan invullen.”

 

Hoe sta je dan tegenover de voetbalschool van de gebroeders de Nooijer? Die plukken natuurlijk hier en daar wel wat jeugd weg?

 

“Ik ben daar wel voor te vinden. Ik ken een beetje hun manier van denken. Het gaat toch vooral in eerste instantie om techniek. Ik denk minder om tactiek. Bij mij gaat het … en dat heeft denk ik te maken met de positie waarop ik gespeeld heb….toch meer om de tactische benadering. Een aanvaller kijkt meer naar het technische en het impulsieve . Die gaan meer uit van hun instinct.”

 

Ik heb je wel eens horen zeggen dat een aanvaller nooit een goede trainer kan worden.

 

“Dat is ook zo, kijkt maar eens rond, de goede trainers zijn bijna allemaal verdedigers geweest. Je loopt als verdediger constant vooruit te denken te analyseren. Als aanvaller reageer je instinctief op situaties die zich voor doen.”

 

Als we deze redenering even volgen en doorlinken naar gebroeders Dennis (aanvaller) en Gerard (verdediger) de Nooijer houdt die dan stand?

 

“Ik denk het wel, maar de kracht van hun voetbalschool is dan ook dat ze het samen doen. Een dergelijke combinatie is ook altijd de perfecte aanvulling als je naar de technische staf rond een elftal kijkt. Het is perfect als de hoofdtrainer een verdediger is geweest en dat die dan een assistent heeft die als aanvaller heeft gevoetbald. Op ons niveau is dat van ondergeschikt belang, dat gaat hier perfect zo, maar als je op een hoger niveau gaat kijken zie je altijd assistent trainers die aanvaller zijn geweest. De hoofdtrainer kijkt dan vooral naar de tactische en naar de verdedigende aspecten.

Er zijn op een hoger niveau maar weinig trainers die aanvaller zijn geweest. Meestal zijn het keepers of zijn het verdedigers. Juist omdat die zich altijd met het collectief bezig hebben moeten houden.”

 

Ga je de draad weer gemakkelijk oppakken?

 

“Dat is wel iets wat we dit jaar gaan doen. We hebben in principe maar drie spelers bijgehaald. We gaan er wel van uit dat dit stuk voor stuk mensen zijn die de ploeg gaan versterken.”

 

Hoe hou je de groep scherp?

 

“Ik denk dat ik met de komst van een aantal nieuwe  - aanvallend ingestelde mensen – beschik over voldoende materiaal om de spelers automatisch scherp te houden. Mijn spelers weten al dat ze mij elke keer opnieuw moeten tonen dat ze op hun positie de beste zijn. Dus daardoor heeft ook iedere speler het in feite in eigen hand. Is het niet zo, dan krijgt een andere speler gewoon zijn kans om mij te overtuigen. Ik ben ook een trainer die wel eens durft te wisselen met posities en dat opent perspectieven.”

 

Hoelang schat je in dat de huidige kern nog door kan gaan?

 

“Ik schat in dat er niet iemand bij zit die al echt dertig is. De meeste zijn rond de 28. Die kunnen nog wel een aantal jaar mee. Zeker op bepaalde posities.”

 

De doelstelling voor komende seizoen?

 

“Nacompetitie. Dat moet met het materiaal dat er is en met de ervaring die we ondertussen hebben zeker mogelijk zijn. Als we een beetje geluk hebben moeten we toch een eindtitel kunnen halen. Ik ga er niet vanuit dat het gemakkelijk gaat worden, dat het een gemakkelijk seizoen gaat worden. Je moet  als speler zeker niet denken van ´daar hebben we vorig seizoen tegen gespeeld, dat komt wel goed´. Een stukje instelling. Of je met 99% inzet of met 100% inzet begint aan een wedstrijd. Dat kan een groot verschil zijn.”

 

Daar heb je als trainer wel een doorslaggevende taak?

 

“Ja natuurlijk dat is ook zo.”

 

Hoe moeilijk is het trouwens om enerzijds als leuke kameraad tussen de groep te staan en anderzijds als alles overziende strenge trainer er boven?

 

“Dat weten en snappen de spelers wel en naar ik zo van de commentaren hoor van de mensen rondom en ook van de spelers zelf; die weten perfect wat ze mogen en wat ze niet mogen. Ik herinner mij mijn eerste trainingskamp dat ik hier deed. Het was leuk en gezellig, maar er waren op een gegeven moment enkele jongen die de grens niet meer konden trekken. Je moet je dat als speler natuurlijk goed realiseren. Hoe dicht je trainer ook bij je staat. Het blijft wel je baas. Hij blijft degene die beslist. Er hoort een bepaald respect te zijn. Dat geld voor iedereen. Ze zijn maar tien minuten over die grens geweest. Ik heb het toen gestopt. Wat ik al eerder aangaf. Ze mogen fouten maken, maar sindsdien is het niet meer gebeurd.”

 

Is hier zelf meespelen nooit meer een optie geweest?

 

“Mijn lichaam is kapot. Ik kan dat niet meer. Die enkele keren dat ik bijvoorbeeld tijdens een training nog wel eens iets doe moet ik het enkele dagen bekopen. Ik kan dan amper lopen en lig soms zelf enkele dagen  op bed.  Mijn rug en heupen kunnen het niet meer af.”

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hiermee eindigt onze eerste samenwerking als interviewduo. Het was leuk om te doen. We hopen dat jullie het konden waarderen. We wensen Kenny en zijn ploeg veel succes.

 

Niek en Wouterien.

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zoals al eerder is vermeld is heel het gesprek met Kenny opgenomen. Wie het nog eens op zijn (of haar) gemak wil beluisteren kan terecht op een leuke Belgische site vol met sterke verhalen.

http://www.geloof het of niet.be\Kenny Verhoene

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Delen: WhatsApp Facebook X