“Een man kan het niet alleen.”
(Deel 1 uit een tweeluik over Gerda en Theo)
Volgens mij een zinsnede uit een bekend liedje en – dikwijls - een waarheid die staat als een huis. Theo is de eerste om het volmondig te bevestigen. Zonder Gerda had hij het nooit allemaal kunnen bolwerken.
Vooral de wat ouderen onder ons zijn zich goed bewust van de brede maatschappelijke betrokkenheid van Theo. Behalve voor de VVZ zette hij zich onder meer in voor de avondvierdaagse, was hij lid van het bestuur van een vakbond en richtte hij een ouderraad op.
Enkele jaren geleden ontving hij daarvoor heel terecht een koninklijke onderscheiding. Leuk voor Theo, maar natuurlijk net zo goed ook een stukje waardering voor Gerda. Het kan immers allemaal niet zonder een sterke vrouw op de achtergrond.
Eigenlijk was ik best wel blij dat Gerda de telefoon opnam toen ik huize Dieleman benaderde om een afspraak te maken. De altijd charmant bescheiden Theo had het zomaar kunnen afwimpelen. Gerda vond het gelukkig wel een goed plan om bij Theo weer eens een flinke veer te plaatsen. Dat ze daardoor nu ook zelf even op het bekende donkere plekje wordt gekieteld zal ze op de koop toe moeten nemen.
Die bescheidenheid van Theo liep trouwens wel als een soort rode draad door ons interview. Toen hij over zijn tijd als penningmeester iet wat terughoudend sprak: “Omdat het nodig was heb ik het een tijdje gedaan” , vond Gerda het welletjes: “Dat heb je best lang gedaan. En dat was nog zonder computer. Heel anders dan tegenwoordig !”
Het is duidelijk! Gerda is trots op haar Theo. Dat steekt ze niet onder stoelen of banken. Ze is zich goed bewust van de tijd en moeite die het hem allemaal heeft gekost. Niet alleen maar “sfeer en gezelligheid”, zoals Theo het zelf zo mooi - bescheiden - omschrijft. Nee weldegelijk ook het spreekwoordelijke “bloed, zweet en tranen” . Ze heeft Rinus de Vos destijds nog wel eens gekscherend gevraagd of er in de bestuurskamer geen plaats was voor een bed. “Waarom?” had die verbaasd gereageerd. “Nou dan kan Theo daar gelijk blijven slapen” was het kordate antwoord geweest. Achteraf kunnen ze er beiden smakelijk om lachen.
Theo had de weg naar de kantine al in 1975 ontdekt (logisch want hij heeft hem helpen bouwen), maar Gerda kwam pas in beeld toen zoon Pieter in 1985 de VVZ-jeugd kwam versterken. “Tja dan ga je natuurlijk eens kijken en voor je het weet loop je in de kantine te helpen of ben je de shirten aan het wassen.”
Zo is Gerda sindsdien een vaste vrijwilligster geworden die al op vele fronten haar bijdrage heeft geleverd. En nog! Zelfs bij uitgerekend een feestavond voor de vrijwilligers is ze (samen met o.a. Theo en enkele andere coryfeeën) één van de krachten die zich uit de naad werkt om het ieder naar de zin te maken. Petje af!!
Gerda, in het dagelijks leven ondertussen ook weer al ruim 20 jaar werkzaam op de Tjasker verteld: “Dan sta je in de kantine soms te praten met de een of de ander en dan vragen ze je ‘kan je niet eens dit of kan je niet eens dat’, vaak zijn dat dan dingen die ik ooit wel al eens gedaan heb. Dan realiseer je je steeds weer hoeveel je eigenlijk al niet gedaan hebt voor de vereniging. Maar ook, hoe snel alles gaat. De tijd is voorbij gevlogen.”
“Ze komen ook regelmatig vragen ‘hoe moet dit of hoe moet dat’, ik vind het juist prima als ze zelf dingen willen proberen. Ik sta nog altijd open voor nieuwe dingen. Een tafel en een stoel hoeft niet noodzakelijk altijd zo te staan omdat ik die vroeger daar wel eens zo heb gezet. ”
Vaste prik is nog steeds het bezoekje aan de kantine op donderdagavond. Theo drinkt er dan z’n biertje en Gerda kijkt het allemaal geamuseerd af. Zelf drinkt ze niet. Nooit gedaan ook. Hilarisch zijn dan ook de verschillende alcoholcontroles die ze na vertrek uit de kantine al hebben meegemaakt. Op de vraag “heeft u wat gedronken”, antwoordt ze altijd naar waarheid volmondig “JA…..”. Pas als oom agent meer wil weten komt de rest……. “4 glazen water”. Ook nu weer dolle pret in huize Dieleman.
De kantinediensten; daar gaat ze mee stoppen. Ze vind het samen met Theo fantastisch hoe de huidige diensten vanuit de spelende teams worden ingevuld en ze geniet ervan als ze tegen haar zeggen dat ze het nu best snappen dat het wel hard werken is. “Kijk dat voelt dan weer als een stukje waardering voor wat je al die jaren gedaan hebt”.
Tegenwoordig is ze nog wel verantwoordelijk voor de gehele inkoop van de kantine. Dat doet ze best wel al lang. “Nico Bakker was toen nog penningmeester”. Maar zegt ze: “Daar helpt Theo me veel bij”. Kijk en dat maakt het cirkeltje mooi rond: Ook een vrouw kan het niet alleen.
Het was een leuke ervaring om zo eens met jullie te mogen babbelen. Twee mensen die niet alleen rond de kerst vol goede bedoelingen zitten. Twee met een goed hart.
Inderdaad:…………….. “Hart voor Zaamslag”.
(In het binnenkort te verschijnen deel 2 van dit tweeluik laat Wouterien zien hoe ze ons bezoek aan Gerda en Theo heeft ervaren. Haar aandacht zal (logischerwijs) meer naar Theo uitgaan).
Gr. Niek
